donderdag 2 februari 2012

Bescherming erfgoed Egypte, Luxor, fototentoonstelling ‘Sites in the City’ in Museum Oudheden Leiden

Foto: Rijksmuseum Oudheden Leiden
Klimaatverandering, bevolkingsdruk en de toenemende stroom toeristen vormen een ernstige bedreiging voor het Egyptische erfgoed. Plaatselijke autoriteiten hebben een plan ontwikkeld om het antieke landschap van Luxor opnieuw vorm te geven en tot een groot openluchtmuseum te transformeren.

Hun doel is om hiermee het erfgoed uit de tijd van de farao's te beschermen en bereikbaar te maken voor grootschalig toerisme, zo meldt een woordvoerder van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Het vermaarde museum heeft de fototentoonstelling 'Sites in the City' ingericht. Hier worden foto's van straten en gebouwen uit de Egyptische stad Luxor en het nabijgelegen dorpje Qurna getoond. Op de site van het museum zijn een aantal foto’s te zien.

De expositie in het Museum van Oudheden laat zien dat het culturele erfgoed uit de afgelopen eeuwen plaats heeft moeten maken voor het erfgoed uit de tijd van de farao’s en nieuwe voorzieningen voor toeristen.

De fotografen Sue Lezon en Yarko Kobylecky hebben nog zo veel mogelijk Koptische kerken, moskeeën, oude stadsvilla's en andere gebouwen gefotografeerd, voordat ze definitief zouden verdwijnen.

Luxor en Qurna
Luxor is een stad met 400.000 inwoners in het zuiden van Egypte. De stad is gebouwd op een van de grootste concentraties archeologisch erfgoed ter wereld. Dit zijn de resten van Thebe, de hoofdstad van het oude Egypte.

In het grootschalige ontwikkelingsplan voor Luxor moest erfgoed uit recenter tijden, zoals Koptische kerken, moskeeën en oude stadsvilla's, wijken voor het archeologische erfgoed uit de periode van de farao’s.

Ook een aantal dorpen op de westelijke Nijloever bij het oude Thebe, het huidige Luxor, moesten plaatsmaken voor toerisme en herstel van het uiterlijk uit de tijd van de farao's.

Een voorbeeld hiervan is Qurna. Het dorp ontstond ruim tweehonderd jaar geleden bovenop de oude begraafplaats van hoge ambtenaren uit de faraonische tijd.

Lezon en Kobylecky, fotografen van het epigrafisch onderzoeksteam van the Oriental Institute of the University of Chicago in Luxor, hebben zo veel mogelijk gebouwen en straten in Luxor en Qurna gefotografeerd, voordat ze definitief zouden verdwijnen.

Het fotoarchief van deze fotografen is waarschijnlijk de enige documentatie die nu nog van deze delen van Luxor en Qurna resteert.

De tentoonstelling ‘Sites in the City' in het Museum van Oudheden in Leiden toont het resultaat van hun werk. De expositie is nog tot 19 februari 2012 te bezichtigen.

vrijdag 23 december 2011

Etrusken in Oudheden Leiden en Allard Pierson Museum Amsterdam

Poster: Rijksmuseum van Oudheden Leiden
Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden en het Allard Pierson Museum in Amsterdam hebben onlangs de unieke tentoonstelling “Etrusken” geopend. Het thema luidt “Vrouwen van Aanzien, Mannen met Macht”.

Het is een unieke dubbeltentoonstelling van het Rijksmuseum van Oudheden samen met het Allard Pierson Museum over de intrigerende wereld van de Etrusken.

Op de tentoonstelling zijn vele topstukken te bewonderen uit toonaangevende Italiaanse musea en er vindt een groot scala aan activiteiten plaats.

Hoogontwikkeld en geëmancipeerd
De Etrusken maakten ongeveer drieduizend jaar geleden, lang vóór de Romeinen, de dienst uit in Midden-Italië. Een woordvoerder van het museum in Leiden zegt dat hun culturele macht groot was.

“De kostbaarheden en kunstwerken van de Etrusken waren van een ongekende schoonheid, en hun geloof in het hiernamaals was onbegrensd. Ook waren ze opvallend geëmancipeerd. Etruskische vrouwen deden in veel opzichten niet voor mannen onder.”

Rijkdom, religie, macht, pracht
Het Allard Pierson Museum en het Rijksmuseum van Oudheden vertellen in het tweeluik het intrigerende verhaal over de Etruskische rijkdom, religie, macht en pracht.

Ze doen dit beide vanuit een eigen invalshoek. In Leiden komt de Etruskische vrouw aan bod, in Amsterdam de Etruskische man. Hierbij worden honderden topstukken getoond uit zowel de eigen collecties als uit vele buitenlandse musea.

Op de site van het Allard Pierson Museum is een beknopt overzicht van een aantal topstukken die worden tentoongesteld te zien.

Ruim 600 museumstukken
In een sfeervol decor van Toscaanse landschappen en kleurrijke Etruskische fresco’s zijn op de exposities meer dan zeshonderd museumstukken te bewonderen.

Blikvangers zijn prachtige gouden sieraden, bronzen wapens, beelden van goden en godinnen en rijk versierd aardewerk. Veel van die kostbaarheden zijn gevonden in rijk bedeelde grafkamers.

Van deze beroemde prinsen- en prinsessengraven is voor deze tentoonstelling een spectaculaire driedimensionale reconstructie gemaakt, waarover het Allard Pierson Museum meer uitleg geeft.

Bovendien zijn maquettes en reconstructies van tempel- en paleisdaken waarop ooit imposante terracotta beelden prijkten te zien.

De tentoonstelling startte op 14 oktober 2011 en loopt nog tot en met 18 maart 2012.

- Het Allard Pierson Museum is het archeologisch museum van de Universiteit van Amsterdam. In het museum komen de antieke beschavingen uit het Oude Egypte, het Nabije Oosten, de Griekse wereld, Etrurië en het Romeinse Rijk opnieuw tot leven.

- Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is het nationale centrum voor archeologie, waar jong en oud kan genieten van de beschavingen uit het oude Egypte en het Nabije Oosten, de Griekse en Romeinse wereld en het vroege Nederland.

zaterdag 3 oktober 2009

Het ontzet van Leiden op 3 oktober 1574 door Otto van Veen

De Vliet in 1574

Het schilderij Leidens Ontzet is vervaardigd door de schilder Otto van Veen (1557, Leiden – 1626, Brussel). Het toont de intocht van de Watergeuzen bij de Vliet in Leiden op 3 oktober 1574.

Leiden was bijna een jaar lang belegerd door de troepen van de hertog van Alva. De stad behoorde tot de steden, zoals ook Haarlem en Alkmaar, die in opstand waren gekomen tegen de Spaanse overheersing van Nederland. Daarom vielen de Spanjaarden de stad aan.

Eind oktober 1573 sloeg de Spaanse landvoogd Alva het beleg rond Leiden op om op die manier de stad, die werd omringd door singels en muren, uit te hongeren en tot overgave te dwingen. Het stadsbestuur was echter lang van tevoren op de hoogte en had grote voorraden levensmiddelen ingeslagen.

Eind maart 1574 onderbraken de Spaanse troepen het beleg voor de Slag op de Mookerheide (14 april 1574). Maar ondanks waarschuwingen dat de Spanjaarden terug konden komen nam het stadsbestuur geen extra maatregelen.

Er werden geen nieuwe troepen in dienst genomen, waardoor alleen de stadsschutterij en een legertje vrijwilligers voor een nieuwe verdediging konden zorgen. De Spaanse schansen rondom Leiden werden niet neergehaald en men verzuimde grootschalig levensmiddelen in te slaan.

Dit was een grote vergissing, want in de nacht van 25 op 26 mei 1574 keerde Valdez naar de stad terug om het beleg te hervatten.

In een poging om Leiden van het beleg te bevrijden werden in september 1574 in opdracht van de Prins van Oranje de dijken bij Rotterdam en Capelle aan den IJssel doorgestoken, om het polderland te laten overstromen.

In de nacht van 2 op 3 oktober 1574 draaide de wind naar het zuiden en stroomde het water naar Leiden en zetten Watergeuzen met hun schepen de aanval in. Het water kwam zo hoog dat de Spaanse troepen vluchtten.

In de vroege ochtend voeren de Watergeuzen over de Vliet de stad binnen met aan boord haring en wittebrood voor de zwaar geteisterde bevolking.

Tijdens het tweede beleg zijn 6000 van de 18.000 inwoners omgekomen van de honger en de pest die was uitgebroken.

Vandaag de dag wordt het ontzet van Leiden nog steeds zeer uitbundig gevierd met optochten, markten en een grote kermis.

De Vliet in Leiden vandaag de dag

Deze foto onving ik een keer als kaartje met Nieuwjaarswensen van de ouders van een vriend. Hierop is de Vliet in Leiden vanaf de brug bij het Rapenburg.

Wat ze niet wisten, maar wat toch heel leuk is om te vertellen, dat is dat aan deze Vliet mijn geboortehuis staat, dat trouwens op de foto net niet zichtbaar is.

Gelukkig gaat het er nu op de Vliet wat gemoedelijker aan toe dan op 3 oktober 1574.

(Robvandam)